Slim portioneren: hoe je precies genoeg kookt en niets verspilt
28 mei 2026 • 8 min leestijd

Amara Osei
Voedingsjournalist

Te veel koken is de stilste vorm van voedselverspilling. Een Nederlands huishouden gooit jaarlijks bijna 35 kilo eetbaar voedsel weg, en een groot deel daarvan komt simpelweg omdat we structureel meer koken dan we opeten. Slim portioneren lost dat in één keer op: je geeft minder uit, je gooit minder weg, en je weet voor het koken al precies wat er straks op tafel staat.
Waarom portioneren het krachtigste anti-verspilling instrument is
De meeste tips tegen voedselverspilling richten zich op wat je doet nadat eten over is: invriezen, restjes verwerken, een tweede gerecht maken. Dat zijn allemaal nuttige technieken, maar ze missen het echte probleem. Het echte probleem is dat veel huishoudens elke dag automatisch te veel koken. Een handvol pasta wordt twee, een kop rijst wordt anderhalf, een biefstuk voor één persoon wordt onbewust een biefstuk voor anderhalf.
Onderzoek van Wageningen Food & Biobased Research laat zien dat bij meer dan 60 procent van de huishoudens verspilling begint op het bord, niet in de koelkast. We koken te veel, we eten op wat we lust hebben, en de rest verdwijnt in de afvalbak. De oplossing zit dus niet aan het einde van de keten maar aan het begin: bij de hoeveelheden die in de pan terechtkomen.
Wie precies portioneert, profiteert dubbel. Je spaart geld op boodschappen en je hoeft veel minder na te denken over wat je morgen met die overgebleven kip moet. Combineer dit met een wekelijks weekmenu en je voedselverspilling daalt vaak met 40 tot 60 procent. Meer over die planmatige aanpak lees je in de post over je maaltijden plannen en minder weggooien.
Standaard porties per persoon: de getallen die je echt nodig hebt
Houd deze basistabel bij de hand. Het zijn richtlijnen voor een volwassen volwaardige hoofdmaaltijd, zonder veel snacks ernaast. Voor kinderen reken je 50 tot 70 procent van deze hoeveelheden, voor sporters of grote eters tot 130 procent.
- Pasta (droog): 80 tot 100 gram per persoon
- Rijst (droog): 60 tot 75 gram per persoon
- Aardappelen (geschild): 200 tot 250 gram per persoon
- Vlees (rauw, zonder bot): 100 tot 150 gram per persoon
- Vis (rauw): 125 tot 175 gram per persoon
- Tofu of tempeh: 100 tot 150 gram per persoon
- Peulvruchten (droog): 60 tot 80 gram per persoon, of 150 gram uit blik
- Groenten: 200 tot 300 gram per persoon (rauw gewogen)
- Bouillon of saus: 200 tot 250 ml per persoon
De getallen zijn richtlijnen, geen wetten. Maar als je nooit eerder gewogen hebt, ga je er waarschijnlijk van schrikken hoeveel kleiner een echte portie is dan wat je gewend bent te koken. Wie graag wat kan ik maken met aardappelen wil weten, kan deze cijfers direct gebruiken voor stoofpotten, ovenschotels en stamppotten.
Pasta, rijst en granen: hier maken de meeste mensen de grootste fout
Granen zwellen op tijdens het koken, en dat is de bron van vrijwel alle overproductie in de Nederlandse keuken. Rauwe rijst verdubbelt tot verdrievoudigt in volume na het koken. Pasta groeit met een factor 2 tot 2,5. Wie 200 gram droge spaghetti afmeet voor twee personen, krijgt 450 gram op het bord, een hoeveelheid die in een restaurant voor drie eters geldt.
De simpelste truc voor spaghetti zonder weegschaal: pak een muntstuk van 2 euro en houd een bosje rauwe spaghetti vast met de doorsnede van die munt. Dat is exact één portie. Voor korte pasta zoals penne of fusilli werkt het oog minder goed, daar is een weegschaal of meetbeker echt nodig. Een kop van 250 ml droge penne is ongeveer 100 gram, dus voldoende voor één tot anderhalve persoon.
Voor rijst is de regel nog simpeler: één kop droge rijst plus twee koppen water levert drie koppen gekookte rijst, genoeg voor drie tot vier personen als bijgerecht of twee personen als hoofdgerecht. Wie regelmatig rijstgerechten kookt, kan zich verdiepen in de gids over wat kan ik maken met rijst en de specifieke pagina voor snelle rijstgerechten doordeweeks. Daar staan recepten waar exacte verhoudingen worden gegeven, zodat je nooit met een halve pan over zit.
Laat de app jouw porties uitrekenen
Voer in voor hoeveel personen je kookt en watkanikmaken.nl past automatisch de portiegroottes van elk recept aan. Geen rekensommen, geen restjes die je niet wilt.
Gratis beginnenVlees en vis: portiegrootte bepaalt je weekbudget
Vlees en vis zijn vaak de duurste posten op je boodschappenlijst, en juist hier wordt het meest over-geportioneerd. Een typisch supermarktpakket gehakt is 500 gram, een verpakking kipfilet is meestal 300 tot 400 gram. Wie automatisch het hele pakket gebruikt, kookt vaak voor één of twee personen meer dan nodig is.
De portie van 100 tot 150 gram per persoon klopt voor de meeste gerechten waarin vlees de hoofdrol speelt. In een wokgerecht of curry waar veel groenten en saus zitten, kun je gerust naar 75 tot 100 gram per persoon. In gemarineerde gerechten zoals saté of grillvlees mag het wat ruimer: 150 tot 175 gram. Voor inspiratie en exacte verhoudingen zijn de pagina's met wat kan ik maken met kip en snelle kipgerechten voor doordeweeks de moeite waard.
Een praktische strategie: koop vlees in de hoeveelheid die je nodig hebt, niet in standaard supermarktpakketten. Vraag bij de slager om exact 300 gram kipfilet voor een gerecht voor twee personen met flinke groente-bijdrage. Bij voorverpakte producten kun je het overschot direct invriezen in porties. Meer over die techniek lees je in het stuk over slim invriezen tegen voedselverspilling.
Groenten: de uitzondering waar je juist iets ruimer mag zijn
Voor groenten gelden andere regels. De Gezondheidsraad adviseert minimaal 250 gram groenten per persoon per dag. Als je avondmaaltijd je belangrijkste groentemoment is, moet er dus 200 tot 300 gram per persoon op het bord. Dat is meer dan veel mensen denken: een hele courgette, een flinke broccoli, een volle pan spinazie zijn één tot twee porties, niet drie of vier.
Bij groenten is overproductie minder problematisch dan bij andere ingrediënten. Gekookte of geroosterde groenten zijn 3 tot 4 dagen houdbaar in de koelkast en perfect voor een lunchbowl, frittata of soep de volgende dag. Bovendien slinken bladgroenten zoals spinazie en snijbiet enorm tijdens het bakken: 200 gram rauwe spinazie wordt 50 gram gebakken. Reken dus altijd royaal als je bladgroenten gebruikt.
Een handige indicatie: één volle hand losse groente is ongeveer 80 gram. Per persoon mik je op 3 tot 4 handen totaal. Een vuistgrote portie aardappelen, een vuist groente per soort, en je zit goed. Combineer deze regel met een wekelijkse inventarisatie van de koelkast en je voorkomt verspilling structureel. Tips voor die organisatie staan in de post over je koelkast slim inrichten.
Gereedschap: weegschaal, meetbeker en het getrainde oog
Een digitale keukenweegschaal van 15 tot 20 euro is het beste gereedschap dat je kunt aanschaffen voor portiebeheer. Niet om elke dag bij elke maaltijd je rijst af te wegen, maar om in de eerste twee tot drie weken een gevoel te krijgen voor hoe 80 gram pasta of 150 gram kipfilet er echt uitziet. Na die kalibratie kun je in 80 procent van de gevallen op je oog vertrouwen.
Een tweede onmisbaar hulpmiddel is een maatbeker met markering op 100, 200 en 250 ml. Een kop van 250 ml rijst is voldoende voor 3 personen, een kop pasta voor ongeveer 1,5 persoon. Voor sauzen, bouillons en olijfolie is een maatbeker veel preciezer dan een schepje of een snufje. Hetzelfde geldt voor melk en room in bechamelsauzen: te veel saus levert altijd restjes op die niemand meer wil opwarmen.
Het oog is uiteindelijk het belangrijkste instrument. Een vuist is ongeveer een kop, een handpalm zonder vingers is ongeveer 100 gram vlees of vis, een duim is ongeveer een eetlepel. Deze vuistregels werken in elke keuken, ook als je weegschaal kapot is of als je bij iemand anders kookt. Voor wie zijn portionering wil koppelen aan een breder kookplan: bekijk de pagina over hoe watkanikmaken.nl werkt om porties direct mee te nemen in je weekmenu.
Wat doe je als je toch te veel hebt gekookt?
Zelfs met perfecte portionering kookt iedereen soms te veel. De truc is niet om dat te voorkomen (dat lukt niet altijd), maar om er een systeem voor te hebben. Drie regels die professionele keukens hanteren werken thuis net zo goed.
Ten eerste: koel restjes binnen één uur af. Spreid hete rijst, pasta of stoofpot in een dunne laag op een bakplaat of een grote schaal, zodat de warmte snel ontsnapt. Daarna direct in een afgesloten bak in de koelkast. Eten dat langer dan twee uur op kamertemperatuur staat verliest snel kwaliteit en wordt onveiliger om later op te eten.
Ten tweede: vries restjes in op het moment dat je ze in de koelkast zet, niet op het moment dat je ziet dat je ze niet gaat opmaken. Een portie bolognese die je vandaag invriest is over twee weken een snelle pasta-avond. Een portie die drie dagen in de koelkast staat is meestal afval geworden. Veel meer over die aanpak staat in de post over restjes verwerken met technieken uit professionele keukens.
Ten derde: plan je restjes in. Schrijf op je weekmenu welke avond je de overschotten gaat opmaken, idealiter binnen 48 uur. Dinsdag-restjes worden donderdag-lunch. Zondag-stoofpot wordt woensdag-pasta-saus. Wie restjes als 'gratis maaltijd' inplant in plaats van als 'eten dat over is', haalt er gemiddeld twee extra eetmomenten per week uit. Meer over die structuur lees je in het overzicht batch cooking als je weinig tijd hebt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel pasta moet ik per persoon koken?
Voor een hoofdmaaltijd reken je 80 tot 100 gram droge pasta per persoon, voor een voorgerecht of bijgerecht 50 tot 70 gram. Een handige visuele truc voor spaghetti is een bosje met de doorsnede van een 2-euromunt: dat is precies één portie. Voor korte pasta zoals penne of fusilli komt 250 ml droge pasta neer op ongeveer 100 gram, dus genoeg voor één tot anderhalve persoon. Sporters of grote eters mogen tot 125 gram, kinderen krijgen 50 tot 60 gram.
Waarom kook ik bijna altijd te veel rijst?
Rauwe rijst verdrievoudigt in volume tijdens het koken. Een kop droge rijst van 250 ml wordt ongeveer 750 ml gekookte rijst, voldoende voor 3 personen als bijgerecht. De meeste mensen pakken instinctief twee koppen voor twee personen en koken zo voor 6. De vaste regel: 60 tot 75 gram droge rijst per persoon, of een halve kop van 125 ml. Gebruik altijd een maatbeker of weegschaal voor rijst, want het oog werkt hier echt niet.
Hoeveel groente moet ik per persoon koken?
De Gezondheidsraad adviseert minimaal 250 gram groenten per persoon per dag. Als je 's avonds je hoofdmoment hebt, mik je op 200 tot 300 gram per persoon op het bord. Bedenk dat bladgroenten zoals spinazie en snijbiet enorm slinken: 200 gram rauwe spinazie wordt na bakken nog maar 50 gram. Voor harde groenten zoals broccoli, bloemkool en wortelen telt het rauwe gewicht ongeveer 1 op 1 mee. Een vuistregel: 3 tot 4 volle handen losse groente per persoon.
Is een keukenweegschaal echt nodig of kan ik op het oog koken?
In het begin is een weegschaal heel waardevol, omdat je gevoel voor portiegroottes vaak gekleurd is door wat je gewend bent te koken (meestal te veel). Twee tot drie weken precies wegen kalibreert je oog. Daarna kun je in 80 procent van de gevallen op gevoel werken. Een digitale weegschaal van 15 tot 20 euro is een eenmalige investering die je in een jaar tijd terugverdient aan minder verspilling. Voor saus, bouillon en olie blijft een maatbeker handig.
Wat is de beste strategie als ik wekelijks te veel kook?
Begin met meten gedurende één week en kijk eerlijk wat er overblijft. Reduceer dan in week twee alle ingrediënten met 20 procent en kijk of het genoeg is. Dat is meestal het geval. Combineer dit met een wekelijks weekmenu waarin je restjes inplant als bewuste maaltijd: maandag bolognese, woensdag de restjes als pasta-bake. Apps zoals watkanikmaken.nl rekenen porties automatisch om naar het aantal personen, zodat je nooit meer hoeft te schalen op gevoel.
Kook precies genoeg, elke dag
Watkanikmaken.nl schaalt elk recept naar het aantal personen dat eet en houdt rekening met je voorraad. Minder verspilling, minder kosten, gratis te starten.
Maak een gratis account
